Na een aantal weken heel erg ziek thuis en uiteindelijk ook nog twee weken opnamen in het ziekenhuis mocht mijn baasje dus naar huis. Wel met een sonde, veel medicatie, pijn en erg veel slaap. Wat dit voor een gevolgen voor haar “normale” leven zou hebben wist ze niet precies, maar dat er een aantal dingen anders zouden zijn was duidelijk.
Het eten en alle andere spullen die ik nodig heb om mijn baasje goed te kunnen voeden worden met de post bezorgd. De eerste persoon die het baasje dan ook met een sonde in haar neus zag, die niet eerder in het ziekenhuis was geweest, was de postbode. Omdat het baasje van de “ik koop alles online” generatie is, kent de postbode haar vrij goed. Dus toen hij voor het eerst de spullen voor mij kwam bezorgen en het baasje de deur open deed, zag zij de postbode schrikken. Het eerste wat hij zij was “gaat u dood?”. Het baasje had veel verwacht, maar deze vraag had ze niet zien aankomen. Ze stamelde een beetje ongemakkelijk “we gaan er nu nog niet vanuit” geschrokken van dit antwoord bood de postbode zijn excuus aan en tilde vervolgens al het eten en andere toebehoren netjes de woonkamer in. Nog steeds een beetje zenuwachtig zei hij gedag en liep het huis weer uit.
Het vriendje van de baas kwam naar benden, verbaast dat de postbode zojuist 5 dozen de woonkamer in gedragen had in plaats van voor de deur gezet. Tot hij het verhaal hoorde, hij moest er hart om lachen, gelukkig kon het baasje wel mee lachen.
Deze een beetje pijnlijke situatie zowel voor de postbode als het baasje zorgde er wel voor dat het baasje verder aan het denken werd gezet. Hoe zouden mensen op haar gaan reageren? Ze wilde niet zielig gevonden worden, maar met een slang uit je neus en 24 uur per dag een rugzak meeslepend roep je toch een bepaald beeld bij mensen op. Dit zorgde ervoor dat het baasje maar langzaamaan buiten het huis durfde te komen. Eerst durfden ze alleen een rondje te wandelen op een tijdstip dat de buren niet thuis waren. Vervolgens wou ze alleen boodschappen doen op een tijdstip dat er geen bekende boodschappen aan het doen waren. Wat overigens vrij lastig te plannen is, want hoe weet je in hemelsnaam wanneer andere boodschappen gaan doen? Het werden dus tijden waarop het baasje nooit eerder naar de winkel ging. Zij snapte niet waarom er mensen waren die midden op de dag tijd hadden om boodschappen te doen. Nadat het baasje aan de mensen en hun reactie gewend was durfde ze ook weer langzaam met de buren te praten. Het moeilijkste moest toen nog komen. Bewust naar plekken gaan waar veel sociale contacten waren die misschien gek zouden opkijken van de sonde in haar neus. Na lang uitstellen gingen het baasje en ik dan toch eindelijk naar haar sportclub. Ze wist dat er die dag weinig mensen zouden zijn en besloot langs te gaan. Wel samen met haar moeder, die ook lid is van de vereniging.
Gelukkig was het vriendje van het baasje nog wel een aantal keer geweest en wist bijna iedereen dat het baasje een poosje in het ziekenhuis had gelegen. De mensen waren dan ook erg blij om te zien dat ik samen met het baasje even buiten was en zijden gelukkig niets geks over mij tegen het baasje.
Dit half uurtje op de sprotclub was erg belangrijk voor het baasje. Ze zag dat ze ook samen met mij werd geaccepteerd. Mensen die het baasje kenden keken gelukkig niet vol medelijden naar haar zoals sommige mensen deden tijdens het boodschappen doen. De meesten mensen waren nieuwsgierig hoe het met het baasje ging en hoe het voor haar was om met mij op stap te zijn, maar dat was niet vervelend. Ik verdween al snel naar de achtergrond waardoor zij zich weer even niet zo ziek voelde.
