Takkie gaat een uitwisseling begeleiden

Tien jaar geleden is het baasje met een uitwisseling van de sportclub mee geweest. Omdat het baasje had gehoord dat er dit jaar in Nederland te weinig gastgezinnen waren voor een tussenliggend weekend had ze via via aangegeven dat zij best gastgezin wou zijn. Een paar uur later werd ze opgebeld met de vraag of ze tijd had om ruim twee weken mee te gaan als begeleiding. De uitwisseling was al over twee weken, en ze waren nog hard opzoek naar vrouwelijke begeleiding. Na wat twijfelen besloot het baasje dat ze het zou gaan doen, als het niet lukte kon ze altijd nog afhaken.

Twee weken later stonden we samen in ons uitwisselingsuniform op Schiphol. We hadden twee koffers mee, één voor mij met al het eten en toebehoren en één voor de baas met kleren maar vooral veel schoenen. Iets wat zenuwachtig ontvingen we de eerste uitwisselingsstudenten. Het baasje was blij dat niemand wat over mij zei of vroeg. Toen de ochtendgroep compleet was, vertrokken we naar de locatie waar we de komende twee weken zouden verblijven.

Nadat de formaliteiten waren afgehandeld en de kamersleutels waren uitgedeeld konden we naar onze kamers. Het baasje sleurde mijn koffer met meer dan 30 kilo eten naar de eerste verdieping. Gelukkig hoefde zij haar kamer voorlopig niet te delen, de eerste week was zij de enige vrouwelijke begeleiding. Het baasje was hier erg blij mee, nu zou ze ‘s nachts niemand wakker maken als ik met water gespoeld moest worden.

De eerste paar dagen was het ontzettend leuk! De groep studenten leerde elkaar ieder uur beter kennen en de 12 verschillende nationaliteiten groeide steeds verder naar elkaar toe. De vele eetmomenten waren voor mij en het baasje een beetje gek, daar zaten we maar een beetje bij te kijken en te wachten tot de rest klaar was. Omgekeerd was het doorspoelen van mij de eerste paar dagen voor de andere ook een beetje maf. Zat ze dan met spuiten en flesjes water voorin de bus met de mededeling dat ook ik wat wou drinken.

Het baasje probeerde de pijn en vermoeidheid zo veel mogelijk te verstoppen en deed er alles aan om als volwaardig begeleider mee te draaien. Zo liepen wij bij iedere wandeling netjes achteraan als bezemwagen, pijn werd weggelachen en als het even lukte deed het baasje ook nog mee met sporten, met of zonder mij.

Na vier dagen besloot het baasje een rustdag voor ons in te lassen. De groep ging naar Amsterdam waarvoor extra begeleiding was geregeld, wij konden zo gerust thuisblijven. Het besluit was erg lastig voor haar, kon ze dit wel maken en had de rest dan niet door dat het eigenlijk niet zo goed met haar ging? Gelukkig had ze voor zichzelf gekozen, het baasje is de hele dag in bed blijven liggen.

De dagen die volgende zette het baasje door, met soms flinke koorts tot gevolg. Maar het was zo leuk en gezellig dat het de pijn en andere ellende waard was! Het baasje had eindelijk het gevoel dat het ziek zijn op de tweede plaats kwam!

Af en toe was de pijn niet meer te houden en wist ze niet meer wat ze moest doen, ze vroeg zich af hoe lang ze het nog kon blijven volhouden? Zij was als een van de weinige blij met de dagelijkse busreizen naar de verschillende bezoekjes die ze aflegde. Deze duurde vaak meer dan twee uur, in die tijd kon ze even kortwerkende medicatie innemen en bijslapen.

Na 10 dagen lol, gezelligheid en voor het baasje pijn verstoppen was het weekend waarin de studenten naar het gastgezin zouden gaan aangebroken. Het baasje had vooraf toegezegd dat ze ook twee studenten in huis zou nemen, ze wist immers dat er te weinig gastgezinnen waren. Dit was niet het meest slimmen wat ze had kunnen doen. Totaal uitgeput vertrok we uiteindelijk met drie studenten naar huis, waardoor ze ook in dat weekend druk was met het verzorgen van andere en het verstoppen van de pijn en vermoeidheid.

Op zondagavond gingen we weer terug naar de rest van de groep. De uitwisseling duurde nog tot woensdag. De grote vraag die het baasje had, was “hoe gaan we dit vol houden!?”. Ze was gebroken, ze had inmiddels al een week constant koorts en pijn en ook werd de vermoeidheid een steeds groter probleem. Ze probeerde dit voor de groep studenten maar ook voor de mede begeleiders te verbergen. Soms tot ergernis van de andere begeleiders, ze wilde graag weten of ze het baasje ergens mee konden helpen, zij hadden immers best door dat het baasje op haar tenen liep.

Op maandagavond in de bus op weg terug van ons uitstapje kreeg het baasje een telefoontje van de arts, om te vragen hoe het met haar ging. Eigenlijk was het antwoord slecht, maar dat probeerde ze ook hier verborgen te houden. De uitwisseling duurde nog maar twee dagen! Totaal wanhopig vroeg ze plotseling hoe lang ze dit vol moest houden, of het ooit nog weleens beter zou worden. Ze schrok zelf van de vraag en wilde eigenlijk geen antwoord horen. Het antwoord bevestigde haar vermoedens; ze kreeg daar in de bus te horen dat het niet zeker was of het ooit nog over zou gaan en dat de arts ook geen idee meer had van het verdere verloop van de zaak. Het baasje ronde het gesprek af, probeerde zich groot te houden, maar kon de tranen niet meer onderdrukken. Helemaal alleen voorin de bus bleven de tranen maar stromen. Gelukkig hadden de studenten niets door, de buschauffeur en een andere begeleider wel. Hij probeerde het baasje te troosten, maar zij paste de totale buitensluit techniek toe om zo snel mogelijk van dit rot gevoel af te zijn. Ze pakte de zakdoek aan, bedankte en zette haar zonnebril op om recht voor zich uit het landschap langs te zien trekken.

Na het avondeten op de slaaplocatie aangekomen, voor het sportprogramma van die avond, is het baasje toch naar de andere begeleider gelopen om even te praten. Het enige wat ze hoefde te zegen was “heb met de dokter gesproken” er werd een arm om haar heen geslagen en gezegd “was ik al bang voor”. In de tienminuten die volgende heeft het baasje eindelijk tegen iemand gezegd hoe ze zich echt voelde, kon ze zomaar huilen en verdrietig zijn. Dit had ik niet eerder gezien in het half jaar dat ik nu bij haar was. Ze zij eindelijk wat ze dacht en hoe ze zich voelde.

De tien minuten waren genoeg, ze raapte zich bij elkaar, overwoog nog mee te gaan sporten, anders hadden de studenten immers door dat het niet zo lekker ging. Gelukkig besloot ze dat niet te doen en samen met mij in het zonnetje te gaan kijken naar de voetbalwedstrijd van de rest.

De laatste dag ging als een waas aan haar voorbij. Vechtend tegen de pijn, slaap en het verdriet lukte het niet meer om net te doen of er niets was. Ze was aanwezig, maar ze had geen idee wat er om haar heen gebeurde. Wel genoot ze ontzettend van het gezellige BBQ waarbij ze het gevoel had dat het niet eten even niet opviel. Ze vergat na de hand de andere begeleiders te bedanken, omdat ze die woensdag niet allemaal meer zou zien. Ze liep als een zombie naar haar kamer waar ze eindelijk tot rust kon komen. Ze had de twee weken overleeft, maar ze had vooral twee weken GELEEFD!

Het baasje had tot de ener laatste avond als volwaardig persoon kunnen functioneren. Ze was als begeleiding mee geweest met deze groep. Ze had gaven uitsapjes gemaakt, eindeloos hoofden geteld en plezier gehad! Ze was twee weken niet “die zieke” geweest, maar ze had de kans gekregen weer even te voelen hoe het is om gewoon te leven!

 

Plaats een reactie