Na de laatste opnamen had het baasje een second opinion aangevraagd bij een universitairziekenhuis. Door het grote verschil in inzicht en beleid van de polidokter en zaalarts, wou het baasje dat er iemand anders opnieuw het gehele dossier zou bekijken. De dokter van het nieuwe ziekenhuis was onafhankelijk en kon daarom volgens het baasje inschatten of ze het beleid van de polidokter of zaalarts moesten gaan volgen. Nu bijna twee maanden na de opnamen was het dan eindelijk zover, we zouden naar het nieuwe ziekenhuis gaan.
Zenuwachtig gingen het baasje en ik thuis weg. We zouden eerst naar het kantoor van het vriendje van de baas gaan, om vanuit daar met z’n drieën in de auto verder naar het nieuwe ziekenhuis te gaan. De afspraak was vroeg in de middag, waardoor het vriendje van de baas nog even moest lunchen. Nu hadden de baas en haar vriend rustig de tijd om het gesprek met de arts samen voor te bereiden.
Voordat we een gesprek met de echte MDL-arts zouden hebben moest we eerst bij een coassistent langs. Hier had het baasje eigenlijk helemaal geen zin in, maar om meteen te gaan zeuren was ook niet handig. Pressies op tijd riep de co ons binnen. Het gesprek kwam een beetje moeilijk op gang, maar al snel waren we druk bezig met het bespreken van al zijn vragen. Een uur later, met eigenlijk een best fijn gevoel waren we klaar bij de co. Of we nog even in de wachtkamer op de dokter wouden wachten.
Dat even werd iets langer dan wij verwacht hadden. De baas was zelfs in de wachtkamer in slaap gevallen! Gelukkig had het vriendje het snel door en maakte hij haar weer wakker. Na een uur wachten werden we weer opgehaald door de co, nu samen met de MDL-arts.
Het bleek dat ze in dat tussenligede uur mijn dossier samen hadden besproken. Het nieuwe ziekenhuis had helaas geen dossier van het oude ziekenhuis ontvangen, alleen de brief waarin er om een second opinion wordt gevraagd. Het nieuwe ziekenhuis had nog een poging gedaan om telefonisch te overleggen maar ook dat gaf nog onvoldoende informatie voor een gedegen second opinion. Wel had de nieuw dokter aan de telefoon de uitslag van het maagonderzoek ontvangen. Waar ze in het oude ziekenhuis nog zeiden dat ze niet zo veel met deze gegevens konden was het voor het universitaire ziekenhuis wel duidelijk; het baasje had een gastroparese, een maagverlamming. Kans op genezing 10%.
Omdat de maag van de baas niet eens de 2 tot 3 liter eigen maagsappen en speeksel kan verwerken mag ze vanaf nu echt niets meer eten en drinken. Alleen de pillen die in de maag moeten worden opgenomen mag ze nog, met zo min mogelijk water, innemen. De rest van de pillen moet vanaf nu door de sonde. Als ze wel zou gaan eten of drinken zou dat in haar maag blijven liggen en daar gaan vergisten. Omdat alles blijft liggen is haar maag ook uit gelubberd. Iedere keer als er wat in haar maag komt, al is het maar een dropje, blijft dit grotendeels liggen. Omdat alle organen, om haar steeds groter wordende, maag heen te weinig ruimte krijgen zijn deze ook nog eens beurs geworden. Het uitrekken van de maag, de beurse organen en het rottende voedsel zorgt voor de hevige pijnen.
De nieuwe arts zou nogmaals het dossier van de baas opvragen zodat alle gemaakte beelden in de ct-, mri-, en mrascan door de radiologen van het nieuwe ziekenhuis beoordeeld konden worden. Daarnaast vroeg ze ontzettend veel bloedonderzoeken aan, om te kunnen kijken ze nog een oorzaak van de gastroparese konden vinden. Ze adviseerde de baas om weg te gaan bij het oude ziekenhuis en haar behandeling voort te zetten in het universitaire ziekenhuis.
Ook het tweede gesprek duurde ruim een uur. De baas was ontzettend moe van deze lange dag en besefte nog niet echt wat dit alles voor haar zou gaan betekenen. Ze zou vanaf nu naar het nieuwe ziekenhuis gaan, er was een duidelijke diagnose en ook nog kans op genezing. De baas verliet het ziekenhuis met een best fijn gevoel.
