Afgelopen week was het vriendje van de baas ziek. De baas heeft een lekker soepje voor hem gemaakt en voor hem gezorgd. Op zaterdag was het vriendje weer beter en kon hij weer naar de sportclub. Nu begon alleen de baas zich langzaamaan ellendiger te voelen. De pijn in haar buik werd steeds erger. Zaterdagavond was de baas onophoudelijk aan het kokhalzen, gelukkig kon ze niet meer overgeven. Zondag werd de pijn zo erg, dat ik werd uitgezet. De baas had 38 graden koorts en wou niet meer uit haar bed komen, dit zou een interessante week gaan worden!
Maandagochtend belde de baas naar het universitaire ziekenhuis, ze had ’s middags een telefonische afspraak staan en ze vroeg zich af of ze misschien naar de poli kon komen. Helaas was dat niet mogelijk. De baas ging weer rustig in bed liggen en probeert wat te slapen. Om half 10 werd ze opnieuw wakker, de pijn in haar buik was niet uit te houden en haar tempratuur was gestegen naar 38,5°.
Ze belde naar haar huisarts met de vraag of hij wat tegen de pijn kon doen. De huisarts gaf aan dat ze het universitaire ziekenhuis moest bellen, omdat ze echt specialistische zorg nodig had. Het ziekenhuis verwees haar weer terug naar de huisarts. Daar mocht ze uiteindelijk op consult komen. Helaas kon de huisarts op dat moment niets doen en rade hij de baas aan om te wachten op het telefoontje van de MDL-arts.
Toen de MDL-arts belde en hoorde dat ik al 24 uur uit stond, werd de baas ingestuurd naar de spoedeisende hulp van het universitaire ziekenhuis. Hier kreeg de baas een liter vocht door het infuus en nieuwe pijnstillers waarna ze weer naar huis mocht. De MDL-arts zou dinsdag weer bellen om te vragen hoe het gaat.
Dinsdag in de loop van de dag begint de baas opeens over te geven, dat had ze al maanden niet gedaan! Als de MDL-arts aan het eind van de middag belt heeft de baas ook al 24 uur niet geplast. Er wordt afgesproken dat er woensdagochtend contact is en als de situatie dan niet verbeterd is, zal ze worden opgenomen.
Die avond wordt het braaksel van de baas donkerbruin. Het vriendje belt opnieuw naar het universitaire ziekenhuis. De baas moet weer naar de eerste hulp komen en haar slaapspullen meenemen. De baas wordt die avond opgenomen. Die nacht blijft ze overgeven, omdat ik al sinds zondag uit sta en het braaksel van de baas steeds donkerder wordt, is de situatie wat zorgelijk.
Als de artsen die ochtend langs komen wordt er verteld dat er over de werking van de darmen getwijfeld wordt. Misschien zijn nu na haar maag ook haar darmen stilgevallen. Er zal zo snel mogelijk een onderzoek gepland worden om te kijken of de darmen nog iets doen. Als de uitslag goed is en ze niet meer overgeeft mag ze naar huis, zo niet moet ze blijven. Als de darmen het niet meer doen wordt het erg lastig om de baas te voeden, dat gaat natuurlijk problemen opleveren. Om uitdroging te voorkomen blijft het infuus voorlopig flink veel vocht geven, de voeding wordt pas na het onderzoek opgestart. Helaas blijkt er die dag geen plek meer te zijn voor het onderzoek, het baasje blijft dus nog een nacht logeren. Gelukkig wordt de misselijkheid wel minder en stopt de baas met overgeven.
De volgende dag is ze om 4 uur aan de beurt voor het onderzoek. Gelukkig is het onderzoek bij een aardige labberend die meteen de uitslag met de baas deelt, de darmen doen het nog. Gelukkig, dat scheelt een hele hoop ellende! De baas komt zo laat terug op de afdeling dat de voeding pas weer om 18.00 uur op een lage stand wordt opgestart. Ze willen eerst kijken hoe dit een nacht gaat voordat de baas weer naar huis mag.
Na drie nachtjes in het nieuwe ziekenhuis mag het baasje naar huis. Er is wel weer een hoop gebeurd!
De baas weet dat haar darmen nog wel werken; de uitslagen van het bloedonderzoek na het eerste polibezoek bij de nieuwe dokter zijn bekend, er is geen aanwijsbare aanleiding voor een gastroparese; de baas is erg vatbaar voor een griepje en zal waarschijnlijk vaker worden opgenomen voor “eenvoudige” dingen om bijvoorbeeld enkel vocht te krijgen; en als laatste zal de baas naar het ziekenhuis in Maastricht worden doorverwezen om de werking van haar darmen uitgebreider te testen. Mochten de darmen goed zijn zal de sonde uit haar neus worden verwijderd en zal er een gat rechtstreeks in haar buik gemaakt worden om een zo genoemde PEJ-sonde te plaatsen.
De baas komt moe en verdrietig thuis. Ze heeft echt het gevoel dat ze wil opgeven en dit allemaal niet meer aankan.
