Vandaag is een speciale dag voor mij en de baas, we zijn precies een jaar bij elkaar. Een bijzonder jaar, waarin ik de baas heb leren kennen en langzaam heb zien veranderen. Soms ging dit gepaard met een traan, maar ook vaak met een grote lag op haar gezicht. Was het in het begin nog de planning dat ik maar een maandje of twee zou blijven, nu gaan we er vanuit dat we voorlopig nog wel bij elkaar zullen blijven.
De reis die de baas en ik naar Amerika hebben gemaakt zorgde ervoor dat de baas snel uit de ziekenhuis-, en ik ben ziek sleur kwam. Na die reis had ze het idee dat ze de hele wereld aan kon. Als ze een maand op reis kon met mij, uren kon wandelen, zwemmen en paardrijden moest ze de komende maande met mij toch alles kunnen. Zo ging ze een aantal weken later, zelfverzekerd dat ze alles kon, ook mee als begeleider van een uitwisseling. Die twee weken waren geweldig, maar zorgden er wel voor dat de baas ging inzien dat ze toch niet alles kon. Zeker nu de artsen aangaven dat ze waarschijnlijk niet meer beter zou worden.
Op dat moment moest de baas gaan schakelen van de “een paar maanden overleven” stand naar “hiermee moeten leren leven” stand. De baas had het zwaar met dit “rouwproces”. Ze liet het aan weinigen merken, maar ze zat er compleet doorheen! Ze vroeg zich af hoe het leven op deze manier in hemelsnaam nog leuk kon worden. Ze zag alleen nog maar de pijn, zowel fysiek als mentaal.
Gelukkig krabbelde de baas, met behulp van alle lieve mensen om haar heen, hier langzaam uit. Door te accepteren dat ze ziek was en dus niet alles kon, viel een enorme druk van haar schouders. Ze mocht moe zijn, pijn hebben en overdag in slaap vallen. Deze schakeling zorgde voor een hoop rust maar zorgde er soms ook voor dat de baas zich echt enorm ziek voelde.
In november kwam de hond ons gezelschap houden. Zij zorgde voor een knuffel als de baas het nodig had en liet haar iedere dag uit. Door weer en wind lopen we iedere dag met z’n drieën door het bos. Soms vrolijk, maar ook regelmatig om de gedachten van de baas weer even te ordenen.
Want, al zijn we een jaar verder, het blijft soms lastig voor de baas; de pijn, die ze in het begin als grootste probleem zag, begint zowaar te wennen. De vermoeidheid laat ze met vlagen toe. Maar het sociale aspect van niet eten weet ze nog niet altijd een plek te geven. De jaloezie naar etende en drinkende mensen is soms enorm! Meestal probeert ze het vol schaamte weg te stoppen, want dat slaat natuurlijk nergens op vindt ze. Af en toe kan ze de weerleiding niet weerstaan en stopt ze een paar happen eten in haar mond. De ene dag resulteert dat enorme pijn, de andere dag gooit ze het er een half uur later weer uit. Maar eten wordt altijd gestraft met slaap! Enorm veel slaap!
Een jaar lang geef ik de baas nu door haar neus eten, dit gaat binnenkort veranderen. De baas kijkt rijkhalsent uit naar de operatie voor het plaatsen van een PEJ. Ze ziet dit als haar nieuw start. Het rouwproces is grotendeels achter de rug, al zal de pijn en het verdriet er natuurlijk af en toe gewoon zijn. Vanaf nu wil ze vooruit gaan kijken! haar leven opnieuw gaan inrichten. Ze heet een handicap, ze kan niet eten en zal altijd pijn in haar buik hebben, maar ze kan een hele boel andere dingen gelukkig nog wel!
We gaan, weliswaar samen, opzoek naar dingen die het leven weer leuk kunnen maken! Opzoek naar een fijne en zinvolle toekomst!
