Toen de baas vorig jaar mei terugkwam uit Amerika, werd het haar langzaam duidelijk dat de artsen niet zo snel een diagnose gingen stellen. Bijna alle onderzoeken om een oorzaak van de pijn en het probleem bij het eten te achterhalen had ze inmiddels gehad. Helaas kwam er bij geen enkel onderzoek een aanwijsbare oorzaak naar boven. De baas begon te twijfelen en was er op een gegeven moment van overtuigt dat het “tussen haar oren zat”. Waarom zou een gezond mens anders van de een op de andere dag niet meer kunnen eten?
Op dringend verzoek van de baas ging ze daarom, naast de nog lopende onderzoeken op de MDL-afdeling, naar de medisch psycholoog. De baas wou dat de psycholoog van alles ging uitzoeken; had ze misschien een onverwerkt trauma waar ze geen weet van had, of had ze opeens een maffe vorm van anorexia ontwikkeld? Alles wat de baas kon verzinnen liet ze door de psycholoog onderzoeken. Misschien dat een psycholoog of psychiater de baas wel beter kon maken.
De teleurstelling was dan ook enorm toen de psycholoog aangaf dat de baas een gemiddelde Nederlander was. De psycholoog had geen verklaring waarom de baas niet meer kon eten en ze kon de baas dan ook niet beter maken. Wel gaf de psycholoog aan dat ze de baas misschien kon helpen om haar het leven wat makkelijker te maken. Dat was niet helemaal de insteek waarmee de baas hier was gekomen, maar onder het motto baat het niet dan schaadt het niet besloot ze het traject voort te zetten.
De baas begreep in het begin niet helemaal wat de gesprekken met de psycholoog, die inmiddels was omgedoopt tot dokter Rossi, voor haar konden betekenen. Dat uithuilen was soms best fijn, maar wat had ze daar nou precies aan? Kon ze niet beter stoer en sterk blijven zodat anderen zich geen zorgen om haar hoefde te maken?
Maar langzaamaan kwam het besef bij de baas binnen. Als ze er eerlijk over haar gedachten en gevoelens sprak viel er een last van haar schouders af. Voor de mensen om de baas heen was het soms erg confronterend wat ze allemaal vertelde, maar het was ook fijn dat ze eindelijk eerlijk aangaf wat er in haar omging. Soms was het lastig om bepaalde onderwerpen aan te snijden, maar daarin werd de baas op de achtergrond geholpen door dokter Rossi. De gesprekken die de baas voerde met haar omgeving waren soms zwaarder en dieper, maar de hoeveelheid gesprekken namen, tot vreugde van de baas, langzaam af.
Dokter Rossi gaf de baas ook tips om bepaalde ziekenhuissituaties te overleven. Van ontspanningsoefening tijdens het prikken van een infuus en het in slaap vallen op een kamer met drie snurkende opa’s naast je tot het voeren van een goed gesprek met de specialist. Dit allemaal om het proces voor de baas een stukje aangenamer te maken.
Inmiddels is er zoals jullie weten een oorzaak voor het probleem gevonden. De baas weet dat, hoe jammer het ook is, hier niets meer aan gedaan kan worden. Dit stukje zekerheid geeft een hoop rust bij de baas. Misschien wordt er over een aantal jaar nog een mooie uitvinding gedaan waardoor ze weer zou kunnen eten, maar tot die tijd doet ze het lekker met ons.
Dit alles zorgt ervoor dat het een stuk beter gaat met de baas, zowel mentaal maar ook fysiek. De laatste paar gesprekken die de baas bij dokter Rossi had, waren dan ook veel sneller klaar dan normaal. De baas hat niet zo veel meer te vragen en te vertellen. In het ziekenhuis kwam de baas alleen nog maar voor dokter Rossi, verder was ze druk op zoek naar werk en was ze haar hobby’s weer aan het oppakken.
Dokter Rossi en de baas hebben daarom na een jaar van bijna wekelijks gesprekken besloten dat ook dit traject in het ziekenhuis wordt afgerond. Zo heeft de baas nog meer ruimte om naar de toekomst te kijken!

Het zou zo “mooi” geweest zijn als het “tussen je oren” had gezeten. Ik had dat gehoopt en ook wel eens gedacht na alle onderzoeken. Als je weet waar het zit kun je er aan werken. Nu blijft dat voorlopig verborgen. Wie weet komt er ooit een oplossing. Ik hoop dat je het ooit kunt doorgronden en het zich oplost.
LikeLike