Denk niet voor de baas, maar luister naar haar

Voor dat het baasje ziek werd was het bakken van taarten en lekker eten koken haar hobby. Het liefst stond ze dagelijks in de keuken om iets lekkers te maken. Er was altijd genoeg eten voor iedereen, ook als er iemand onverwachts aan kwam waaien. Op haar vrije dagen vond ze het heerlijk om voor veel mensen eten te maken; of dat nou een familiediner was, een BBQ met vrienden of tijdens een sportkamp voor 40 hongerige sporters. In de keuken was ze op haar plek.

Ook voor dat ze ziek werd, was het baasje niet de makkelijkste eter. De helft van haar taarten zat wel iets in waar ze allergisch voor is. Het voorproeven tijdens het bakken was dan ook een belangrijke taak van het vriendje. Als hij er niet was, werd de taart maar op de gok gemaakt, dit met wisselende resultaten 😉 Als de taart af was werd deze met grote regelmatig met het vriendje mee naar zijn werk gestuurd. Hadden ze daar weer iets lekkers bij de koffie en had de baas even kunnen ontspannen in de keuken.

Toen de baas ziek werd was het koken en aan tafel zitten in het begin best lastig, maar gelukkig wende ook dit vrij snel. Ze stond na enkele weken al weer heerlijk met haar vriendje in de keuken te koken. Echter er veranderde wel wat; andere mensen wouden ineens niet meer dat het baasje de hele dag in de keuken stond, ze kon er immers zelf niet van eten. Dat ze dit voorheen ook vaak niet kon werd opeens vergeten. Het baasje en haar vriendje merkte dat er langzaamaan steeds minder mensen bij het baasje en haar vriendje kwamen eten.

Hier werd het baasje verdrietig van. Voorheen kon ze ook lang niet alles wat ze maakte zelf opeten (en dat was voor haar kleding maat maar goed ook) maar ze vond het wel erg leuk om taarten en lekker eten te maken. Ze genoot ervan om in de keuken bezig te zijn om iets lekkers te maken. Wie het dan op at maakte voor haar niets uit zolang er haar baksels maar voor een gezelligsamenzijn zorgde.

De afwijzing voor de etentjes en het eten van een lekker stukje taart maakte de baas ontzettend verdrietig. De ziekte zat toch in haar maag, in haar hoofd was toch niets veranderd? De baas snapte niet waarom ze niet net als vroeger voor gezelligheid in huis kon zorgen. Langzaamaan werd niet alleen haar hobby afgepakt ook de sociale contacten van haar, maar ook die van haar vriendje, werden anders.

Met sommige mensen gingen ze in het bos wandelen, bowlen, karten, naar een museum en zelfs naar een kinderspeelparadijs maar andere mensen zagen ze steeds minder. De ziekte van de baas pakte zo niet alleen haar hobby en haar vrienden af, maar ook nog die van haar vriendje. Dit zorgde dat er naast verdriet ook nog een andere emotie om de hoek kwam kijken, het baasje werd langzaam boos!

De baas mocht dan wel een verlamde maag hebben en niet meer kunnen eten, ze is nog steeds heel goed in staat om te vertellen wat ze wel en niet wil en kan. Als ze aangeeft graag voor anderen te koken doet het haar echt pijn als andere zegen “nee doe maar niet, dat is zo een zware belasting voor je”.

De baas vraagt, ook als je het moeilijk vindt, om aan haar te vragen hoe zij erover denkt. Luister naar haar, om te horen wat ze wel en niet lastig vindt, maar bepaal dat niet zelf voor haar. Haar hoofd doet het namelijk echt nog wel. De baas belooft dan bij deze dat als je aan haar vraagt of ze iets wil koken of bakken, ze altijd aan zal geven wat ze wel en niet leuk vindt om te doen. En op de momenten dat ze het wel moeilijk vindt zal ze hier eerlijk over te praten!

Plaats een reactie